Rantsoen optimalisatie!

Publicatiedatum: 21-10-2019

Rantsoenen voor jongvee, droogstaande koeien of melkgevende dieren zijn lang niet altijd goed of passend op dat moment helaas. Op melkveebedrijven is de basis bijna altijd het ruwvoer wat op het eigen bedrijf wordt geteeld. Dit kan dan vers worden gebruikt (weiden of maaien en vers voeren) of het wordt opgeslagen en later gebruikt. Ook wordt veel ruwvoer aangekocht, wat direct of op een later tijdstip aan de dieren wordt gevoerd. In Nederland is het gebruikelijk dat voeradviseurs in samenspraak met de veehouder een zo goed en passend mogelijk rantsoen samenstellen. Dit is in de kern het uitvoeren van rantsoen optimalisatie.

Bij deze rantsoen optimalisatie is het interessant voor u als veehouder, vooraf te weten wat je kan verwachten en hoe de dieren zullen reageren: groeien ze extra, komt er meer melk of krijgen ze afwijkende mest? Hieronder enkele praktische oplossingen, om elke dag het rantsoen voor uw dieren tot een succes te maken.

 

Randvoorwaarden

 

Rantsoenen worden berekend en ingeschat op basis van gemeten voederwaarden. Toch is de voederwaarde van vers gras elke dag anders als de koeien zelf weiden: het gras groeit nog en koeien eten niet de hele weide snede in één keer op. Dit geldt ook voor gemaaid gras, maar dit is minder variabel omdat de hele gras snede in één maaisnede compleet wordt gevoerd. Daarbij blijft het schatten hoeveel kg droge stof per dag wordt opgenomen bij weiden of vers voeren.

De randvoorwaarde bij weiden is dus zo goed mogelijk schatten wat de kwaliteit en het droge stof gehalte van het gras is. Hiermee moet gerekend worden en het aanvullen van het voer op stal is dan ook dagelijks anders. Gelukkig kunnen koeien zich behoorlijk snel aanpassen, als ze de kans krijgen vullen ze tekorten zelf aan omdat de pens normaal altijd vol is en werkt als buffer.

Dus bij te weinig opname in de wei of bij teveel eiwitrijk gras moet dit direct dezelfde dag op stal gecompenseerd worden. Bijvoorbeeld met snijmais, lekker hooi, frisse voordroog of extra energie uit pulp en maismeel voor hoogproductieve koeien en vaarzen.

 

Variatie in opname

 

Koeien zijn echt kudde dieren: ze gaan het liefst tegelijk eten, lopen, lummelen of rennen. Bij voeropname is dan op stal zeker één plaats per dier aan het voerhek nodig, met voldoende breedte om allemaal te kunnen staan. Hierdoor gaat het bijvoeren zo min mogelijk fout door éénzijdige opname (de grote koe eet dan niet alle lekkere voordroog op en hoeft het kleine vaarsje niet alleen de broeierige snijmais op te eten). Een ander groot aandachtspunt is het leren eten van weidegras door jongvee of vaarzen die voor de eerste keer buiten komen. Door het leren weiden van jongvee eten de melkkoeien later veel sneller en meer gras. De grote kunst voor u als veehouder blijft wel om steeds smakelijk en lekker weidegras aan te bieden. Met name na bemesten met drijfmest en later in het weideseizoen, loopt ook de smaak terug (zout tekort, verdroging of roestvorming).

 

Bijproducten

 

Smaak en kwaliteit van bijproducten zijn zeer variabel. De droge producten zijn het meest constant (droge stof gehalte staat vast), bijvoorbeeld droge pulp of maismeel en granen. Maar deze producten kunnen wel weer veel variëren in kwaliteit door de manier van opslag en aanwezigheid van toxinen vorming bij de groei. Neem daarom bij aankoop eerst een monster.

Voor vochtige bijproducten is het droge stof gehalte zeer variabel (is slecht in te schatten) en deze producten zijn snel gevoelig voor bederf en broei. Hierdoor gaat de voederwaarde hollend achteruit en ook door smaakbederf nemen de koeien veel minder op.

 

Manier van voeren

 

Bij gemengd voeren kan de berekende voederwaarde variëren door fout inschatten van het gewicht per product, of bij ruwvoer niet het juiste droge stof gehalte. Bij snijden van het ruwvoer bij uitkuilen of bij te lang mengen, verdwijnt een deel van de structuur. Hierdoor daalt de buffer capaciteit van de pens, doordat de koeien minder herkauwen en er dus minder speeksel gevormd wordt. Hierdoor treed een periode van pensverzuring op en ook kan er bijvoorbeeld een Fosfor en Stikstof tekort optreden (minder recycling via speeksel). Bij ongemengd voeren kunnen de koeien veel uitselecteren en dus ook zeer gevarieerd voer opnemen. Bij gemengd voeren met drogere producten is het uitselecteren dan wel minder, maar zeer zeker nog veel mogelijk. Juist bij drogere rantsoenen kan 1 product de smaak behoorlijk bederven en daardoor de opname hoeveelheid sterk  beïnvloeden.

 

Meten is weten

 

Ondanks goede voerberekeningen blijft het nodig maar ook zeer interessant om dagelijks te weten wat de dieren opnemen en dit ook noteren. Hierbij is het dan ook dagelijks nodig om het totale rantsoen bij te sturen om de gewenste hoeveelheid en kwaliteit te benaderen. Hierdoor ontvang je dan een titel: Voermeester!

 

Dick de Lange,

Rundveedierenarts adVee Dierenartsen

Overige berichten

Vloeren voor onze koeien
Bijscholing Parasitologisch onderzoek
Protocol monstername melk
Tussentijdse wijziging BBP 9-10-2019
Persistentie Melkgift
Onze eerste adVee-Fokkersdag!
Onze Algemene voorwaarden zijn gewijzigd!
Pigs in Picture
Afrikaanse varkenspest is al dichterbij!
IBR/BVD bestrijding anno 2018
Lees over Afrikaanse Varkenspest en meer in onze nieuwe varkensnieuwsbrief!
Februari gehele maand gratis gebitscontrole van uw huisdier!
Vuurwerkangst bij hond en kat
Nieuwsbrief voor melkveehouders
Het PED virus ligt weer voor de deur. Hoe gaat u er mee om?
adVee Dierenarsten neemt landbouwhuisdieren DAP Horst over
PED weer actueel!
Vanaf 1 januari 2017 werken we op alle gezelschapsdierenlocaties uitsluitend op afspraak.
CAPE Nieuwsbrief nr. 19
Burgemeester onthult nieuw gevelbord in Ysselssteyn
Dierenartsen Aadal en Ysselsteyn samen verder onder AdVee dierenartsen
Thema-avond 20 januari 2016: focus op gezondheid van ieder kalf
Insecten: de toekomstige eiwitbron?
Griep vooral in najaar en winter actueel